Citaat | Raad van State 12 augustus 2015
Alinea 40 Raad van State 12 augustus 2015
Een alinea uit Raad van State 12 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2602.
5. [appellant] betoogt voorts dat de rechtbank het recht op een eerlijk proces, neergelegd in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, heeft geschonden. Hij voert daartoe aan dat de rechtbank haar oordeel dat de getuigenverklaring van de gastouder onvoldoende bewijs is voor de contante betaling en de betaling in natura in de vorm van boodschappen, niet heeft gemotiveerd. Nu de Belastingdienst/Toeslagen hem in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel nimmer erop heeft gewezen dat deze wijze van betaling dient te worden aangetoond met kwitanties en hiermee corresponderende betalingsbewijzen, kan hij die thans niet overleggen en kan hij die betaling alleen aantonen met de getuigenverklaring van de gastouder. Volgens [appellant] heeft de rechtbank, door de getuigenverklaring van de gastouder onvoldoende te achten als bewijs van de gemaakte kosten, hem de mogelijkheid tot bewijslevering ontnomen. Bovendien heeft de rechtbank niet onderkend dat de Belastingdienst/Toeslagen het onmogelijk maakt voor hem om bewijsstukken over te leggen, omdat de dienst al over de administratie van het gastouderbureau beschikt door inbeslagname ervan, aldus [appellant].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e31e280479f7201e91f02a6572d831e6bea70560fcf29fd938d1e7146222b6de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e31e280479f7201e91f02a6572d831e6bea70560fcf29fd938d1e7146222b6de, en de alinea staat in dat document op bytes 13150 tot 14320.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e31e280479f7201e91f02a6572d831e6bea70560fcf29fd938d1e7146222b6de | shasum -a 256