Citaat | Raad van State 12 augustus 2015
Alinea 42 Raad van State 12 augustus 2015
Een alinea uit Raad van State 12 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2602.
5.2. Anders dan [appellant] betoogt, heeft de rechtbank hiermee het in artikel 6 van het EVRM neergelegde recht op een eerlijk proces niet geschonden. Zoals volgt uit vaste jurisprudentie (bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 18 juli 2012 in zaak nr. 201110532/1/A2 en 14 mei 2014 in zaak nr. 201303070/1/A2), waarnaar de rechtbank terecht heeft verwezen, dient een verklaring van een gastouder dat deze voor de opvang daadwerkelijk is betaald, gestaafd te zijn met betaalbewijzen zoals bankafschriften waaruit de betaling blijkt of, bij contante betaling zoals in dit geval, bewijzen van geldopnames in combinatie met daarmee corresponderende kwitanties. Eveneens volgens vaste jurisprudentie (bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 3 december 2014 in zaak nr. 201400927/1/A2) is de verklaring van de gastouder dat de vraagouder hem heeft betaald door boodschappen voor hem te doen, daargelaten of die uitgaven als kosten in de zin van artikel 7 van de Wko kunnen worden aangemerkt, zonder nadere ondersteunende gegevens onvoldoende bewijs voor de aan te tonen kosten. Nu voormelde bewijsstukken ontbreken, kan aan de verklaring van de gastouder niet de betekenis worden gehecht die [appellant] daaraan gehecht wenst te zien. De rechtbank is gemotiveerd tot dezelfde conclusie gekomen. Dat de Belastingdienst/Toeslagen [appellant] er niet op heeft gewezen dat in geval van contante betaling dan wel betaling in natura hij deze stukken dient over te leggen, maakt het voorgaande niet anders. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld de uitspraak van 14 januari 2015 in zaak nr. 201403643/1/A2) rust op [appellant] ingevolge artikel 18, eerste lid, van de Awir de verplichting een deugdelijke administratie bij te houden. Ook zonder voorlichting van de Belastingdienst/Toeslagen had hij moeten begrijpen dat het aan hem is als degene die aanspraak maakt op kinderopvangtoeslag om een deugdelijke administratie van de door hem gedane betalingen aan de gastouder bij te houden, zodat hij desgevraagd stukken hierover kan overleggen. Gelet hierop slaagt evenmin het betoog van [appellant] dat de Belastingdienst/Toeslagen in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel heeft gehandeld door achteraf bewijsstukken in de vorm van kwitanties en daarmee corresponderende bewijzen van geldopnames te verlangen. Het ontbreken van een wettelijk voorschrift waarin die bewijsstukken als vereiste zijn gesteld, leidt om dezelfde reden niet tot het oordeel dat de dienst deze stukken niet van [appellant] heeft mogen verlangen. Dat de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst de administratie van het gastouderbureau in beslag heeft genomen en het gastouderbureau fraude heeft gepleegd, naar [appellant] stelt, laat onverlet dat [appellant] een deugdelijke administratie dient bij te houden van de betalingen aan de gastouder. De gevolgen van die omstandigheden heeft de Belastingdienst/Toeslagen dan ook voor rekening van [appellant] mogen laten. Tot slot leidt het aanbod van [appellant] ter zitting om alsnog aanvullende betalingen aan de gastouder per bank te doen, daargelaten of die tijdig zouden zijn, niet tot een ander oordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e31e280479f7201e91f02a6572d831e6bea70560fcf29fd938d1e7146222b6de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e31e280479f7201e91f02a6572d831e6bea70560fcf29fd938d1e7146222b6de, en de alinea staat in dat document op bytes 15272 tot 18435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e31e280479f7201e91f02a6572d831e6bea70560fcf29fd938d1e7146222b6de | shasum -a 256