Citaat | Raad van State 26 augustus 2015
Alinea 377 Raad van State 26 augustus 2015
Een alinea uit Raad van State 26 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2718.
De raad heeft aan de planregeling ten grondslag gelegd dat vanwege de op 15 januari 2013 in werking getreden Wet verbod pelsdierhouderijen alleen bestaande pelsdierhouderijen zullen zijn toegestaan gedurende de planperiode. Nieuwe pelsdierhouderijen zijn daarom niet meer mogelijk gemaakt. Bestaande pelsdierhouderijen mogen op grond van de wet worden voortgezet tot 1 januari 2024 en zijn als zodanig bestemd in het plan. De raad heeft verder gesteld dat de planregeling een vervolg is op het in het voorbereidingsbesluit opgenomen omschakelverbod. Daarmee was, vooruitlopend op het wettelijk verbod, beoogd toekomstige leegstand als gevolg van het op termijn verdwijnen van de pelsdierhouderijen en de mogelijke verslechtering van het woon- en leefklimaat in aanloop daarnaartoe te beperken. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat hij de intensieve veehouderijlocaties wenst te behouden voor agrarische bedrijven die ter plaatse duurzaam kunnen worden gevestigd. Daarnaast speelt volgens de raad een rol dat de regelgeving omtrent geur bij pelsdierhouderijen is verouderd ten opzichte van andere intensieve veehouderijtakken, vanwege de al langere tijd onzekere toekomst. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad, gelet op het voorgaande, niet in redelijkheid deze planregeling voor pelsdierhouderijen heeft kunnen opnemen. Dat aan de Wet verbod pelsdierhouderijen geen ruimtelijk motief ten grondslag ligt, leidt niet tot een ander oordeel, nu de raad met de ruimtelijke gevolgen van die wet en de gevolgen voor de uitvoerbaarheid van het plan rekening heeft gehouden. De door de NFE en anderen genoemde uitspraak, waarmee de wet buiten werking is gesteld vanwege de door de rechtbank uitgevoerde fair-balance toets, leidt evenmin tot een ander oordeel. Daarbij is van belang dat de rechtbank in de uitspraak van 21 mei 2014 de wet buiten werking heeft gesteld, omdat vanaf 15 januari 2013 sprake is van regulering van eigendom en per 1 januari 2024 sprake zal zijn van een zeer zware vorm van regulering van eigendom, ten gevolge waarvan de pelsdierhouders ernstig financieel (zullen) worden getroffen, zonder dat op dit moment kan worden vastgesteld dat hen daarvoor enige, laat staan adequate, vergoeding is/zal worden geboden. Daarmee is volgens de rechtbank geen sprake van fair balance, hetgeen betekent dat bij deze stand van zaken de in de Wet verbod pelsdierhouderij neergelegde maatregelen disproportioneel zijn en in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De rechtbank heeft voorts overwogen dat, in aanmerking genomen de op zichzelf genomen deugdelijke motivering die de wetgever geeft voor het wettelijk ingrijpen en het uitgangspunt van een terughoudende toetsing door de rechter, de regelgeving niet "manifestly without reasonable foundation" is en dat evenmin kan worden gezegd dat een legitiem doel aan de bestreden wetgeving ontbreekt. Gelet hierop doet het feit dat de rechtbank op de genoemde grond de Wet verbod pelsdierhouderijen buiten werking heeft gesteld, nog daargelaten dat deze uitspraak van na de vaststelling van het plan is en de Wet ten tijde van de vaststelling van het plan gold, er niet aan af dat de raad belangrijke betekenis mocht toekennen aan het door de wetgever beoogde verbod op pelsdierhouderijen. De raad heeft derhalve met inachtneming van een goede ruimtelijke ordening regels kunnen vaststellen over de vestiging van nieuwe pelsdierhouderijen. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de planregeling geen onevenredige beperking voor de bestaande pelsdierhouderijen oplevert, omdat hun bestaande bedrijfsactiviteiten als zodanig zijn bestemd en zij in zoverre onder hetzelfde regime vallen als andere intensieve veehouderijen. Dat zij in eventuele toekomstige uitbreidingen naar andere percelen worden beperkt, in onvoldoende voor het oordeel dat een onevenredige beperking plaatsvindt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0599d4e5f08c4a691033290ffb222b9dff7865d40c3577bf2038b121e97e591. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0599d4e5f08c4a691033290ffb222b9dff7865d40c3577bf2038b121e97e591, en de alinea staat in dat document op bytes 141058 tot 145066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0599d4e5f08c4a691033290ffb222b9dff7865d40c3577bf2038b121e97e591 | shasum -a 256