Citaat | Raad van State 4 februari 2015

Alinea 30 Raad van State 4 februari 2015

Een alinea uit Raad van State 4 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:302.

3.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van de Afdeling van 1 april 2009 in zaak nr. 200803995/1) vloeit uit artikel 16, eerste lid, gelezen in samenhang met het vierde lid, van de Awir voort, dat aan het verlenen van een voorschot niet het gerechtvaardigde vertrouwen kan worden ontleend dat een met dat voorschot overeenkomende aanspraak op toeslag bestaat. Het voorschot wordt verleend tot het vermoedelijke bedrag van de tegemoetkoming en kan worden herzien. Gelet hierop had [appellant], zolang de tegemoetkoming nog niet was vastgesteld, er rekening mee te houden dat het voorschot zou worden herzien, als zou blijken dat hij geen aanspraak op kinderopvangtoeslag heeft. Dat de Belastingdienst/Toeslagen zich eerst in 2012 op het standpunt heeft gesteld dat hij die aanspraak niet heeft, terwijl dit, zoals [appellant] stelt, reeds uit de aanvraag had kunnen blijken, wat daar ook van zij, betekent dan ook niet dat het voorschot niet meer mocht worden herzien tot nihil.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/484e37206a0e081c8faf38f834d4183c2320b020cc2ec60635b238ff75678864. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 484e37206a0e081c8faf38f834d4183c2320b020cc2ec60635b238ff75678864, en de alinea staat in dat document op bytes 8844 tot 9858.