Citaat | Raad van State 4 februari 2015

Alinea 29 Raad van State 4 februari 2015

Een alinea uit Raad van State 4 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:314.

3.1. In hoger beroep heeft de minister aangevoerd dat het verzoek van [appellant] bij nader inzien niet als Wob-verzoek dient te worden aangemerkt, omdat [appellant] niet heeft beoogd de gevraagde informatie voor een ieder openbaar te maken en het verzoek is gedaan in het kader van een andere procedure, te weten een herzieningsprocedure. Bovendien biedt artikel 461, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: WvSv) volgens de minister een alternatieve weg om het beoogde te bereiken. Ingevolge voormelde bepaling kan een gewezen verdachte, die is veroordeeld voor een feit waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt, ter voorbereiding van een herzieningsaanvraag door zijn raadsman aan de procureur-generaal doen verzoeken een nader onderzoek in te stellen naar de aanwezigheid van een grond voor herziening. Ter zitting heeft de minister toegelicht dat het College van procureurs-generaal de vaste gedragslijn toepast dat op een dergelijk verzoek van de raadsman van de veroordeelde aan die raadsman inzage wordt verstrekt in de gevraagde stukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74beff3ff6ae76ff56060ec5d7c5e92385be3b92b030b59ac832a34b271ca577. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74beff3ff6ae76ff56060ec5d7c5e92385be3b92b030b59ac832a34b271ca577, en de alinea staat in dat document op bytes 10096 tot 11267.