Citaat | Raad van State 16 oktober 2015

Alinea 19 Raad van State 16 oktober 2015

Een alinea uit Raad van State 16 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3270.

1. In de grieven 1 en 2, in onderlinge samenhang bezien en voor zover thans van belang, betoogt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de omstandigheid dat hij in de eerste asielprocedure van de vreemdeling de gestelde bekering tot het christendom in Iran niet aannemelijk gemaakt heeft geacht, niet ter zake doet bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de aan onderhavige asielaanvraag ten grondslag gelegde bekering in Nederland. Voorts betoogt de staatssecretaris dat de rechtbank, door te overwegen dat hij ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat de vreemdeling met zijn verklaringen de oprechtheid van de bekering niet aannemelijk heeft gemaakt, niet heeft onderkend dat de vreemdeling tegenover hem nog altijd geen overtuigende verklaringen heeft afgelegd over zijn bekering en het proces dat daartoe heeft geleid. Gelet hierop komt voorts, anders dan de rechtbank heeft overwogen, aan de door de vreemdeling overgelegde verklaringen van een voorganger van de Iraanse Kerk in Almere van 30 mei 2013 en van de Commissie Plaisier van de Protestante Kerk in Nederland van 11 juli 2013 geen betekenis toe, aldus de staatssecretaris.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3ca3c878f8bba71239f9de4ed07db45fc37e2b78168ad53c4f5080da7b7585b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3ca3c878f8bba71239f9de4ed07db45fc37e2b78168ad53c4f5080da7b7585b, en de alinea staat in dat document op bytes 5912 tot 7093.