Citaat | Raad van State 16 oktober 2015

Alinea 31 Raad van State 16 oktober 2015

Een alinea uit Raad van State 16 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3270.

4.2. In het besluit van 13 maart 2014 heeft de staatssecretaris een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat het risico bestaat dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken. De vreemdeling heeft van de negen gronden die de staatssecretaris aan het bestaan van dat risico ten grondslag heeft gelegd er slechts vier gemotiveerd bestreden. Wat er ook zij van hetgeen hij in dit verband heeft aangevoerd, de staatssecretaris heeft, gelet op de overige in het besluit neergelegde gronden en het bepaalde in artikel 5.1b, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6.1, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, deugdelijk gemotiveerd dat het risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken. Mitsdien bestaat geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris ten onrechte tegen de vreemdeling een inreisverbod heeft uitgevaardigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3ca3c878f8bba71239f9de4ed07db45fc37e2b78168ad53c4f5080da7b7585b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3ca3c878f8bba71239f9de4ed07db45fc37e2b78168ad53c4f5080da7b7585b, en de alinea staat in dat document op bytes 16091 tot 17060.