Citaat | Raad van State 11 februari 2015

Alinea 52 Raad van State 11 februari 2015

Een alinea uit Raad van State 11 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:331.

Verder heeft het college zich op het standpunt gesteld en heeft de rechtbank overwogen dat aannemelijk is dat zij geld heeft witgewassen, waarbij de rechtbank ook nog heeft overwogen dat aannemelijk in dit verband betekent dat welhaast vaststaat dat zij dit strafbare feit heeft gepleegd, zonder dat er verder een "criminal charge" tegen haar is, aldus [appellante]. Daarmee is eveneens de onschuldpresumptie geschonden. Nu er evenwel geen "criminal charge" is ter zake van witwassen, werkt de onschuldpresumptie vervat in artikel 6, tweede lid, door via artikel 8. Daar komt bij dat het Bureau als deskundige wordt aangemerkt, het Bureau de feiten vaststelt, die kwalificeert en daaraan gevolgen verbindt, terwijl de bestuursrechter slechts toetst of het bestuursorgaan in redelijkheid tot zijn conclusie is gekomen. Dit is volgens [appellante] in strijd met artikel 6 van het EVRM, nu er niet terughoudend moet worden getoetst. Het gaat namelijk om de vaststelling van feiten en de juridische duiding van die feiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/24037b97a33af0a9e918259c44812bed677510d2e9ee5cb54f10284ec46b6766. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 24037b97a33af0a9e918259c44812bed677510d2e9ee5cb54f10284ec46b6766, en de alinea staat in dat document op bytes 17576 tot 18607.