Citaat | Raad van State 4 november 2015

Alinea 34 Raad van State 4 november 2015

Een alinea uit Raad van State 4 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3367.

3.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 25 april 2012 in zaak nr. 201109285/1/V6), is de termijn in artikel 8:42, eerste lid, van de Awb een termijn van orde en verbindt de wet geen consequenties aan overschrijding ervan. Dat de minister het verweerschrift na afloop van deze termijn heeft ingediend, leidt er dus niet toe dat dit stuk buiten beschouwing wordt gelaten. Voorts is het verweerschrift op 17 juli 2015 bij de Raad van State ingekomen, waarna de griffier het op 20 juli 2015 heeft verzonden aan de gemachtigde van [appellante]. [appellante] heeft aldus tijdig voor de zitting van het verweerschrift kennis kunnen nemen. Hierbij is van belang dat, mede gelet op hetgeen zij ter zitting heeft aangevoerd, geen grond bestaat voor het oordeel dat [appellante] niet adequaat op het verweerschrift heeft kunnen reageren. Nog daargelaten dat in de onder 3 vermelde uitspraak van 17 juni 2015 een verweerschrift voorlag dat, anders dan in dit geval, eerst na afloop van de termijn in artikel 8:58, eerste lid, van de Awb was ingediend, treft de verwijzing naar die uitspraak, gelet op hetgeen hiervoor in aanmerking is genomen, geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da16dd5f29d8ee0bdf3134665f83134cfba4c1f816c212f41192079a004dec81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da16dd5f29d8ee0bdf3134665f83134cfba4c1f816c212f41192079a004dec81, en de alinea staat in dat document op bytes 11833 tot 13009.