Citaat | Raad van State 4 november 2015
Alinea 60 Raad van State 4 november 2015
Een alinea uit Raad van State 4 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3367.
Dat in de uitspraak van 24 december 2014 is geoordeeld dat de tewerkstelling van Japanse vreemdelingen niet meer vergunningplichtig is, leidt niet tot een ander oordeel. Daartoe is redengevend dat het in punt 14, tweede alinea, van Bijlage VI neergelegde beginsel van voorrang niet zover strekt, dat een uitzondering op het uitgangspunt dat derdelanders vergunningplichtig zijn, daarmee in strijd moet worden geacht. Die uitzondering laat het uitgangspunt immers onverlet. De Afdeling is van oordeel dat het beginsel van voorrang niet zo ruim dient te worden uitgelegd als een meestbegunstigingsclausule, zoals die voorlag in de uitspraak van 24 december 2014, waarvan de strekking is dat een Japanse onderdaan in alles wat betreft het verblijf, de uitoefening van zijn bedrijf en beroep en het voeren van zijn bedrijfs- of nijverheidsonderneming in alle opzichten op dezelfde voet moet worden geplaatst als de onderdanen van de meest begunstigde natie. De tekst van punt 14, tweede alinea, van Bijlage VI biedt voor een dergelijke ruime uitleg geen grond. Een zodanig ruime uitleg van het beginsel van voorrang valt ook niet af te leiden uit het arrest Sommer, waarin een situatie voorlag waarin de onderdanen van alle derde landen gunstiger werden behandeld dan Bulgaarse onderdanen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da16dd5f29d8ee0bdf3134665f83134cfba4c1f816c212f41192079a004dec81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da16dd5f29d8ee0bdf3134665f83134cfba4c1f816c212f41192079a004dec81, en de alinea staat in dat document op bytes 31236 tot 32534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da16dd5f29d8ee0bdf3134665f83134cfba4c1f816c212f41192079a004dec81 | shasum -a 256