Citaat | Raad van State 4 november 2015

Alinea 64 Raad van State 4 november 2015

Een alinea uit Raad van State 4 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3367.

8.1. De rechtbank heeft terecht, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 11 september 2013 in zaak nr. 201209995/1/V6, overwogen dat het op de weg van [appellante] had gelegen om, vóórdat zij de vreemdeling arbeid liet verrichten, aan de hand van een van de formele werkgever te ontvangen afschrift van het identiteitsdocument zijn identiteit te verifiëren en dit afschrift op te nemen in haar administratie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 3 oktober 2007 in zaak nr. 200701639/1), het de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever is om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of aan de voorschriften van de Wav wordt voldaan. Anders dan [appellante] betoogt, volgt uit de tekst van artikel 15, tweede lid, van de Wav, gelezen in samenhang met het eerste lid van die bepaling, genoegzaam dat op haar de verantwoordelijkheid rustte om - zo nodig - een afschrift van het identiteitsdocument van de vreemdeling op te vragen bij de formele werkgever of de daarop volgende inlener/aannemer in de keten, in dit geval Kubus Montagediensten Amsterdam B.V. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 maart 2015 in zaak nr. 201311699/1/V6. Gelet hierop faalt het betoog van [appellante] dat de haar opgelegde boete wegens overtreding van artikel 15, tweede lid, van de Wav in strijd is met het lex-certabeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da16dd5f29d8ee0bdf3134665f83134cfba4c1f816c212f41192079a004dec81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da16dd5f29d8ee0bdf3134665f83134cfba4c1f816c212f41192079a004dec81, en de alinea staat in dat document op bytes 33965 tot 35372.