Citaat | Raad van State 18 november 2015

Alinea 427 Raad van State 18 november 2015

Een alinea uit Raad van State 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3578.

40.3. De minister betoogt in het verweerschrift dat de enkele vrees voor een potentiële aantasting van het woongenot door milieuvervuiling of gevaarlijke activiteiten onvoldoende is voor toepassing van artikel 8 van het EVRM. Wat daarvan zij, bepalend is of sprake is van een duidelijk risico. Zo oordeelde het EHRM bijvoorbeeld in het arrest Hardy en Maile tegen UK (r.o. 191-192) dat de door partijen in die zaak gevreesde potentiële risico’s van de bouw en het gebruik van een LNG-terminal zodanig waren, dat zij in voldoende nauw verband stonden met het leven en de woningen van de appellanten om te concluderen dat artikel 8 van toepassing was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c629d8ed241562051e3650c13901c5804b2e012f177ad10a37e704c4f832a69. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c629d8ed241562051e3650c13901c5804b2e012f177ad10a37e704c4f832a69, en de alinea staat in dat document op bytes 186061 tot 186730.