Citaat | Raad van State 20 november 2015
Alinea 42 Raad van State 20 november 2015
Een alinea uit Raad van State 20 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3579.
50 Bijgevolg dient een lidstaat het begrip „gevaar voor de openbare orde" in de zin van artikel 7, lid 4, van richtlijn 2008/115 per geval te beoordelen teneinde na te gaan of de persoonlijke gedragingen van de betrokken derdelander een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde vormen. Wanneer een lidstaat daarbij steunt op een algemene praktijk of een vermoeden om vast te stellen dat er sprake is van een dergelijk gevaar, zonder dat naar behoren rekening wordt gehouden met de persoonlijke gedragingen van de derdelander en met het gevaar dat van die gedragingen uitgaat voor de openbare orde, gaat die lidstaat voorbij aan de vereisten die voortvloeien uit een individueel onderzoek van het betrokken geval en uit het evenredigheidsbeginsel. Daaruit volgt dat het enkele feit dat een derdelander wordt verdacht van het plegen van een naar nationaal recht als misdrijf strafbaar gesteld feit of daarvoor is veroordeeld, er op zich geen rechtvaardiging voor kan vormen dat deze derdelander wordt beschouwd een gevaar voor de openbare orde te zijn in de zin van artikel 7, lid 4, van richtlijn 2008/115.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d258cdee24a7410e0d4349c0e0870a62a3828551d9dc65c2d96de950b4ebfa71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d258cdee24a7410e0d4349c0e0870a62a3828551d9dc65c2d96de950b4ebfa71, en de alinea staat in dat document op bytes 12726 tot 13859.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d258cdee24a7410e0d4349c0e0870a62a3828551d9dc65c2d96de950b4ebfa71 | shasum -a 256