Citaat | Raad van State 20 november 2015

Alinea 52 Raad van State 20 november 2015

Een alinea uit Raad van State 20 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3579.

69 Vervolgens vloeit, zoals het Hof reeds heeft geoordeeld, uit het recht om vóór de vaststelling van een terugkeerbesluit te worden gehoord, de verplichting voor de bevoegde nationale autoriteiten voort om de betrokkene in staat te stellen zijn standpunt uiteen te zetten over de modaliteiten van zijn terugkeer, te weten de termijn voor vertrek en de vrijwillige of gedwongen aard van het vertrek (zie arrest Boudjlida, C-249/13, EU:C:2014:2431, punt 51). Bovendien moeten, blijkens de overwegingen 2, 6, 11 en 24 van richtlijn 2008/115 en artikel 5 ervan, overeenkomstig de algemene rechtsbeginselen van de Unie, waaronder het evenredigheidsbeginsel, besluiten die op grond van die richtlijn worden genomen, per geval worden vastgesteld en moeten deze terdege rekening houden met de grondrechten van de betrokkene.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d258cdee24a7410e0d4349c0e0870a62a3828551d9dc65c2d96de950b4ebfa71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d258cdee24a7410e0d4349c0e0870a62a3828551d9dc65c2d96de950b4ebfa71, en de alinea staat in dat document op bytes 16787 tot 17619.