Citaat | Raad van State 20 november 2015
Alinea 66 Raad van State 20 november 2015
Een alinea uit Raad van State 20 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3579.
7.5. De staatssecretaris heeft zich in zijn hogerberoepschrift, zijn brief van 29 juli 2015 en ter zitting bij de Afdeling op het standpunt gesteld dat hij terecht krachtens artikel 62, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 een vertrektermijn aan de vreemdeling heeft onthouden. Daartoe acht de staatssecretaris het volgende redengevend. Het door de vreemdeling gepleegde strafbare feit valt onder de drie groepen delicten die door de wetgever als bijzonder zwaar zijn gekwalificeerd. Voorts is het door de vreemdeling gepleegde strafbare feit bedreigd met acht jaar gevangenisstraf. In dit verband wijst de staatssecretaris erop dat het gewicht dat in het vreemdelingenrecht wordt toegekend aan een veroordeling toeneemt naarmate de desbetreffende strafbedreiging hoger is. Daarnaast blijkt volgens de staatssecretaris ook uit de vaste jurisprudentie van de Afdeling, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof dat het door de vreemdeling gepleegde strafbare feit wordt aangemerkt als een ernstig misdrijf. Gelet op het voorgaande heeft hij dan ook terecht grote betekenis toegekend aan de aard en ernst van het gepleegde strafbare feit, aldus de staatssecretaris. Verder heeft de vreemdeling dit strafbare feit gepleegd op 18 oktober 2013, waarmee de bedreiging van de openbare orde nog als actueel is aan te merken. Aan het feit dat de vreemdeling niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit en dat evenmin is gebleken dat hij opnieuw de fout in is gegaan, kan geen waarde worden gehecht, nu de vreemdeling geen banden heeft met Nederland in de zin van een verleden of toekomst en het terugkeerbesluit is genomen terwijl hij nog in strafrechtelijke detentie verbleef. Tot slot stelt de staatssecretaris dat voldoende rekening is gehouden met de door de vreemdeling in hoger beroep naar voren gebrachte omstandigheden, maar dat deze niet tot een andere uitkomst leiden. De staatssecretaris wijst erop dat de vreemdeling weliswaar beschikt over een paspoort, dat hij heeft gesteld dat hij wil terugkeren naar Albanië en dat hij daarvoor de middelen heeft, maar dat dit niet heeft geresulteerd in een concrete inspanning aan de zijde van de vreemdeling om terug te keren, zoals het boeken van een vliegticket. Ook anderszins heeft de vreemdeling zijn gestelde vertrekwens niet gestaafd. Dit geldt volgens de staatssecretaris evenzeer voor de stelling van de vreemdeling dat sprake is van gezinsleven met zijn gestelde echtgenote en dat zij verblijfsrecht zou hebben in Griekenland.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d258cdee24a7410e0d4349c0e0870a62a3828551d9dc65c2d96de950b4ebfa71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d258cdee24a7410e0d4349c0e0870a62a3828551d9dc65c2d96de950b4ebfa71, en de alinea staat in dat document op bytes 24820 tot 27358.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d258cdee24a7410e0d4349c0e0870a62a3828551d9dc65c2d96de950b4ebfa71 | shasum -a 256