Citaat | Raad van State 9 december 2015

Alinea 26 Raad van State 9 december 2015

Een alinea uit Raad van State 9 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3752.

5. De korpschef betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de verzoeken zijn gedaan in het kader van de toepassing van artikel 7:18, vierde lid, van de Awb. Dit betoog slaagt. Dat [wederpartij] in het beroepschrift van 19 mei 2014 te kennen heeft gegeven dat hij de verzoeken om gegevens heeft ingediend teneinde zich te kunnen verdedigen tegen de aan hem opgelegde verkeersboetes, maakt in dit geval, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, niet dat zijn verzoeken moeten worden opgevat als verzoeken in het kader van de toepassing van artikel 7:18, vierde lid, van de Awb. [wederpartij] heeft immers in zijn brieven van 16 januari 2014 expliciet vermeld dat het Wob-verzoeken zijn. Bovendien heeft de gemachtigde van [wederpartij], [gemachtigde], in de bezwaarschriften van 17 februari 2014 bevestigd dat de verzoeken zijn gedaan op grond van de Wob. Er moet van worden uitgegaan dat in het verzoek bewust is verwezen naar de Wob, nu [wederpartij] zich in de gehele procedure op het standpunt heeft gesteld dat hij een Wob-verzoek heeft gedaan (vergelijk de uitspraak van 15 april 2015 in zaak nr. 201404917/1/A3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86bc218c18aeeb3adef24a2f3c25a7e094eb3d0a15c24f4d5ea24e2f581c8a40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86bc218c18aeeb3adef24a2f3c25a7e094eb3d0a15c24f4d5ea24e2f581c8a40, en de alinea staat in dat document op bytes 8868 tot 10015.