Citaat | Raad van State 18 februari 2015
Alinea 418 Raad van State 18 februari 2015
Een alinea uit Raad van State 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:448.
56.2. De raad stelt dat de Vlietzone geen onderdeel is van de Ecologische Hoofdstructuur, maar dat wel enkele beschermde Flora- en faunasoorten zijn aangetroffen. De aanwezigheid van de aangetroffen dieren leidt er niet toe dat het plan niet uitvoerbaar is omdat de ingreep niet leidt tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, aldus de raad. De biotopen van deze soorten blijven bestaan binnen het plangebied en er zijn voor deze soorten voldoende mogelijkheden om zich te verplaatsen. De raad verwijst ter onderbouwing naar het veldonderzoek dat is verricht volgens de geldende protocollen. Dit onderzoek is neergelegd in het rapport van Buro Bakker, bijlage 1 bij het Achtergrondrapport Ecologie (hierna: rapport Buro Bakker). Daaruit blijkt dat door het plan geen nestplaatsen van de specht en de patrijs worden getroffen. Wel is gebleken dat foerageergebied verloren gaat en wordt aangetast en verstoord, wat leidt tot het verdwijnen van de groene specht en het niet meer broeden van de patrijs in het zuidelijk deel van de Vlietzone. Dit heeft volgens het rapport Buro Bakker echter geen effect op de gunstige staat van instandhouding van de soorten. Wat betreft de vleermuizen verwijst de raad naar het rapport Buro Bakker en het terreinonderzoek waaruit volgens de raad blijkt dat met mitigerende maatregelen kan worden voorkomen dat effecten optreden voor de gunstige staat van instandhouding van de vleermuizen. Figuur 1.5 van het terreinonderzoek geeft de lijnbeplanting van populieren nabij het industrieterrein Laan van ’s-Gravenmade weer. Dit is het gebied waar volgens [appellant sub 15] en [appellant sub 17] wel vleermuizen voorkomen terwijl het rapport Buro Bakker ter plaatse geen waarnemingen vermeldt. In het terreinonderzoek staat dat deze beschutte plek een geschikt foerageergebied biedt voor vleermuizen, maar het terreinonderzoek doet geen uitspraken over de feitelijke aanwezigheid van vleermuizen. De conclusie van het terreinonderzoek is dat het niet de verwachting is dat er in het rapport Buro Bakker belangrijke biotopen van beschermde soorten zijn gemist. Het terreinonderzoek vermeldt dat er geen aanleiding is om de conclusies ten aanzien van de te verwachten effecten op beschermde soorten in het ecologisch onderzoek bij te stellen. De raad stelt zich gelet op het rapport Buro Bakker en het terreinonderzoek op het standpunt dat het aannemelijk is dat voor de gevolgen met betrekking tot de vleermuissoorten ontheffing verleend zal worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eccf9fdf8192d56eb99b4a04c12491e4017ff56a7ee45059c9e0105be3a06ca1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eccf9fdf8192d56eb99b4a04c12491e4017ff56a7ee45059c9e0105be3a06ca1, en de alinea staat in dat document op bytes 186300 tot 188823.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eccf9fdf8192d56eb99b4a04c12491e4017ff56a7ee45059c9e0105be3a06ca1 | shasum -a 256