Citaat | Raad van State 25 februari 2015
Alinea 38 Raad van State 25 februari 2015
Een alinea uit Raad van State 25 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:574.
5.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2008 in zaak nr. 200802996/1), is in artikel 26 van de Awir dwingend voorgeschreven dat indien verrekening van een voorschot met een tegemoetkoming leidt tot een terug te vorderen bedrag, de belanghebbende het bedrag van de terugvordering in zijn geheel is verschuldigd. In de Awir is geen bepaling opgenomen op grond waarvan de Belastingdienst/Toeslagen van terugvordering kan afzien dan wel het terug te vorderen bedrag kan matigen. Een belangenafweging bij de terugvordering is als zodanig niet aan de orde. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd over de proportionaliteit van de terugvordering kan hem dan ook niet baten. Tot slot betreft de heffing van inkomstenbelasting over het inkomen dat de gastouder uit de kinderopvang heeft genoten, de uitvoering van belastingwetgeving, die bij de toepassing van artikel 26 van de Awir niet aan de orde is. De Belastingdienst/Toeslagen heeft dan ook met juistheid het gehele voorschot van [appellant] teruggevorderd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c56e332a7e6be9e9a23bbf7a4a8cc3683cdc196bf289aa95960d4f28219e19a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c56e332a7e6be9e9a23bbf7a4a8cc3683cdc196bf289aa95960d4f28219e19a4, en de alinea staat in dat document op bytes 14145 tot 15224.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c56e332a7e6be9e9a23bbf7a4a8cc3683cdc196bf289aa95960d4f28219e19a4 | shasum -a 256