Citaat | Raad van State 14 januari 2015

Alinea 32 Raad van State 14 januari 2015

Een alinea uit Raad van State 14 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:62.

3. De rechtbank heeft het daartegen gerichte beroep gegrond verklaard, omdat [wederpartij] een verklaring van de gastouder had overgelegd en de Belastingdienst/Toeslagen daar niet zonder meer aan voorbij kon gaan. Op basis van die verklaring zou in beginsel zou kunnen worden aangenomen dat [wederpartij] de gastouder heeft betaald. De Belastingdienst/Toeslagen heeft naar het oordeel van de rechtbank geen aanknopingspunten gegeven op basis waarvan aan de juistheid van deze getuigenverklaring zou kunnen worden getwijfeld. Omdat het hier verder gaat om het toeslagjaar 2009, waarin de wettelijke verplichting om de betalingen aan de gastouder via het gastouderbureau te laten verlopen nog niet gold, en niet uit te sluiten valt dat door het verstrijken van de tijd bewijsmiddelen verloren zijn gegaan, heeft de rechtbank geoordeeld dat [wederpartij] aannemelijk heeft gemaakt dat zij de door haar gestelde kosten van kinderopvang daadwerkelijk heeft gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73439ec518767de7d8d6a3b949e2a9bb5da1837a4fb8835f8f9afc2891d2507b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73439ec518767de7d8d6a3b949e2a9bb5da1837a4fb8835f8f9afc2891d2507b, en de alinea staat in dat document op bytes 8350 tot 9323.