Citaat | Raad van State 4 maart 2015

Alinea 49 Raad van State 4 maart 2015

Een alinea uit Raad van State 4 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:622.

3. Het CBR betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de aan [appellant sub 2] opgelegde maatregel als een maatregel gebaseerd op een "criminal charge", in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden moet worden aangemerkt. Daartoe voert het CBR aan dat het asp een educatieve maatregel is die er op gericht is om betrokkene te leren een scheiding aan te brengen tussen het gebruik van alcohol en het besturen van een motorrijtuig. Voorts voert hij aan dat de maatregel, gelet op de aard en zwaarte daarvan afgezet tegen het beoogde doel, in het geval van [appellant sub 2] niet zodanig is dat het als leedtoevoegend moet worden aangemerkt. Dit temeer nu [appellant sub 2] bij deelname aan het asp nog kan deelnemen aan het verkeer. Dat hij voor zijn werk als automonteur in verschillende auto’s moet kunnen rijden maakt dat niet anders, aldus het CBR. In dit verband stelt het CBR dat [appellant sub 2] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij voor zijn inkomen afhankelijk is van zijn rijbewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa9e362d4c823ab1e868fd819a481aafe61b0ce08454435a251b77ea64e49c55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa9e362d4c823ab1e868fd819a481aafe61b0ce08454435a251b77ea64e49c55, en de alinea staat in dat document op bytes 16146 tot 17249.