Citaat | Raad van State 4 maart 2015
Alinea 36 Raad van State 4 maart 2015
Een alinea uit Raad van State 4 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:648.
5.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 20 maart 2013 in zaak nr. 201206016/1/A1) dient, bij een besluit omtrent invordering van een verbeurde dwangsom, aan het belang van de invordering een zwaarwegend gewicht te worden toegekend. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag dat behoort uit te gaan van een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom. Steun voor dit uitgangspunt kan worden gevonden in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 5:37, eerste lid, van de Awb (Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, blz. 115). Hierin is vermeld dat een adequate handhaving vergt dat opgelegde sancties ook worden geëffectueerd en dus dat verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Slechts in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/289a641bec8a1d875258dc361b22636ef2df38dfa6aa6b0229c0df37a673ecdc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 289a641bec8a1d875258dc361b22636ef2df38dfa6aa6b0229c0df37a673ecdc, en de alinea staat in dat document op bytes 11895 tot 12722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/289a641bec8a1d875258dc361b22636ef2df38dfa6aa6b0229c0df37a673ecdc | shasum -a 256