Citaat | Raad van State 4 maart 2015
Alinea 36 Raad van State 4 maart 2015
Een alinea uit Raad van State 4 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:653.
7.1. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 26 november 2008 in zaak nr. 200801122/1), nodig dat er aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Daargelaten of in de notariële akte van levering betreffende de door [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] aan DLG verkochte gronden een concrete, ondubbelzinnige toezegging besloten ligt over de aan deze gronden toe te kennen bestemming, was DLG niet bevoegd een dergelijke toezegging te doen, nu de bevoegdheid om bestemmingsplannen vast te stellen ingevolge artikel 3.1 van Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) is toegekend aan de raad. Reeds hierom konden [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] aan de notariële akte van levering niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat aan de door hen aan DLG verkochte gronden in het thans bestreden plan uitsluitend een natuurbestemming zou worden toegekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2bf94bac4a0cd33bc173f5e7a504bb6a405d773173890152702d1861fb2fb4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2bf94bac4a0cd33bc173f5e7a504bb6a405d773173890152702d1861fb2fb4e, en de alinea staat in dat document op bytes 12403 tot 13496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2bf94bac4a0cd33bc173f5e7a504bb6a405d773173890152702d1861fb2fb4e | shasum -a 256