Citaat | Raad van State 11 maart 2015
Alinea 36 Raad van State 11 maart 2015
Een alinea uit Raad van State 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:686.
2. Aan het besluit van 16 augustus 2012, dat in bezwaar gedeeltelijk is gehandhaafd, heeft de minister ten grondslag gelegd dat inspecteurs van de Arbeidsinspectie op 1 juni 2011 en 9 juni 2011 in totaal 43 personen hebben aangetroffen die in de onderneming van [appellante] arbeid verrichtten bestaande uit onder meer het wegen van kratjes met asperges en het steken van asperges. Uit verklaringen van een aantal van de aangetroffen personen en de door de aangetroffen personen ingevulde inlichtingen- en verhoorformulieren blijkt dat de aangetroffen personen in dienstbetrekking stonden tot [appellante] . Ook heeft een van de aangetroffen personen een arbeidsovereenkomst overgelegd. Op grond van door de aangetroffen personen ingevulde formulieren ontstond het vermoeden van onderbetaling. Op 2 juni 2011, 7 juni 2011, 9 juni 2011 en 28 juni 2011 is schriftelijk inzage in de administratie van [appellante] gevorderd. Nu [appellante] aan deze vorderingen niet heeft voldaan, heeft zij artikel 18b, tweede lid, van de Wmm overtreden. De overtredingen kunnen [appellante] worden verweten. Dat zij sinds juni 2011 in detentie zat en dat haar administratie in beslag is genomen is niet van belang. Zij is pas op 15 juni 2011 door de politie meegenomen, terwijl de vorderingsbrief van 2 juni 2011 persoonlijk is bezorgd door een inspecteur en zij daarin tot en met 9 juni 2012 in de gelegenheid is gesteld aan de vordering te voldoen. Op 9 juni 2011 heeft [appellante] als reactie op de vorderingsbrief van 2 juni 2011 om uitstel verzocht voor het aanleveren van stukken. Het had op de weg van [appellante] gelegen om iemand aan te stellen om haar belangen te behartigen en in haar naam de administratie te overhandigen. Verder heeft [appellante] nooit gebruik gemaakt van de meerdere keren geboden gelegenheid om een verklaring af te leggen. Nu artikel 18b, tweede lid, van de Wmm is overtreden heeft de minister zich bevoegd geacht een bestuurlijke boete op te leggen. Bij het besluit van 6 mei 2013 heeft de minister de boete verlaagd tot € 181.900,00 omdat toepassing van de Beleidsregel 2013 in 42 gevallen voor [appellante] gunstiger is dan toepassing van de Beleidsregel 2010. Bij een van de aangetroffen personen is de Beleidsregel 2010 toegepast omdat deze persoon langer dan zes maanden voor [appellante] heeft gewerkt en in dat geval de Beleidsregel 2010 gunstiger is voor [appellante] . Verder heeft de minister in de slechte financiële situatie van [appellante] geen aanleiding gezien tot matiging van de boete, mede gezien de omstandigheid dat zij eerder voor vergelijkbare overtredingen is beboet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4643d74af49173474ffa75906860a3b38fa145a4e6afa2f9c9759f6a224e62d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4643d74af49173474ffa75906860a3b38fa145a4e6afa2f9c9759f6a224e62d8, en de alinea staat in dat document op bytes 14782 tot 17409.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4643d74af49173474ffa75906860a3b38fa145a4e6afa2f9c9759f6a224e62d8 | shasum -a 256