Citaat | Raad van State 11 maart 2015
Alinea 40 Raad van State 11 maart 2015
Een alinea uit Raad van State 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:686.
4. [appellante] bestrijdt de hoogte van de boete. Allereerst betoogt zij dat de rechtbank heeft miskend dat haar geen dan wel een verminderd verwijt kan worden gemaakt van het niet overleggen van de gevorderde administratie. Hiertoe voert zij aan dat zij in juni 2011 is aangehouden en sindsdien was gedetineerd. Vervolgens is haar administratie in beslag genomen en zijn haar bedrijf en woning, alwaar haar administratie was opgeslagen, verkocht. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat zij in de twee weken tussen de overhandiging van de vorderingsbrief op 2 juni 2011 en haar detentie de mogelijkheid heeft gehad aan de vordering te voldoen dan wel dat zij tijdens haar detentie iemand had kunnen aanstellen om haar belangen te behartigen en de administratie te overhandigen. Zij wijst erop dat die periode het hoogtepunt van de aspergeoogst was en dat zij geen familie heeft die haar belangen zou kunnen behartigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4643d74af49173474ffa75906860a3b38fa145a4e6afa2f9c9759f6a224e62d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4643d74af49173474ffa75906860a3b38fa145a4e6afa2f9c9759f6a224e62d8, en de alinea staat in dat document op bytes 21413 tot 22352.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4643d74af49173474ffa75906860a3b38fa145a4e6afa2f9c9759f6a224e62d8 | shasum -a 256