Citaat | Raad van State 11 maart 2015
Alinea 41 Raad van State 11 maart 2015
Een alinea uit Raad van State 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:686.
Voorts betoogt [appellante] dat de rechtbank heeft miskend dat de boete onevenredig hoog is. Ten onrechte is haar financiële situatie niet van belang geacht. Met het oordeel dat zij door het herhaaldelijk overtreden van de Wmm en de Wet arbeid vreemdelingen zelf haar slechte financiële situatie heeft gecreëerd wordt zij in feite opnieuw bestraft. Dit is in strijd met het in artikel 6 van het EVRM neergelegde beginsel van ‘fair trial’. Bovendien heeft zij zichzelf niet bewust in een financieel slechte positie gebracht met de bedoeling om de hier voorliggende boete te ontlopen. Dat de boete dient te worden gematigd, gelet op haar financiële situatie, volgt ook uit de uitspraken van de Afdeling van 6 februari 2013 in zaak nr. 201203083/1/V6 en 14 maart 2012 in zaak nr. 201104160/1/A3. De oplegging van de boete is voorts in strijd met artikel 1 van het eerste protocol bij het EVRM inzake het recht op eigendom, aangezien als gevolg van de opgelegde boetes beslag is gelegd op haar bezittingen, die vervolgens zijn geveild, en zij haar bedrijf, woning en gronden is kwijtgeraakt, aldus [appellante] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4643d74af49173474ffa75906860a3b38fa145a4e6afa2f9c9759f6a224e62d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4643d74af49173474ffa75906860a3b38fa145a4e6afa2f9c9759f6a224e62d8, en de alinea staat in dat document op bytes 22372 tot 23501.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4643d74af49173474ffa75906860a3b38fa145a4e6afa2f9c9759f6a224e62d8 | shasum -a 256