Citaat | Raad van State 5 maart 2015
Alinea 20 Raad van State 5 maart 2015
Een alinea uit Raad van State 5 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:785.
Dit betoog kan aldus worden opgevat dat de vreemdelingen een beroep doen op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) van 8 april 2014, Dhahbi tegen Italië, nr. 17120/09 (hierna: het arrest Dhahbi; www.echr.coe.int) over de eisen die artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) stelt aan de rechterlijke motivering in geval een verzoek om prejudiciële vragen te stellen wordt afgewezen en dat volgens hen op grond van dit arrest niet met een uitspraak met toepassing van en onder verwijzing naar artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) kan worden volstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4c0c3fdd70b1b44298350bd5c15fa81b10ea23d9de22d45616b45900ae81427. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4c0c3fdd70b1b44298350bd5c15fa81b10ea23d9de22d45616b45900ae81427, en de alinea staat in dat document op bytes 6943 tot 7671.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4c0c3fdd70b1b44298350bd5c15fa81b10ea23d9de22d45616b45900ae81427 | shasum -a 256