Citaat | Raad van State 5 maart 2015
Alinea 32 Raad van State 5 maart 2015
Een alinea uit Raad van State 5 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:785.
Ook in het arrest Dhahbi heeft het EHRM vorenbedoelde overweging in paragraaf 31 herhaald en in paragraaf 33 vastgesteld dat het verzoek om prejudiciële vragen te stellen in het geheel niet in het arrest van de hoogste rechter is vermeld en ook een motivering als bedoeld in het arrest Ullens de Schooten en Rezabek alsmede enige verwijzing naar rechtspraak van het Hof daarin ontbreekt. In deze zaak concludeert het Hof wel tot een schending van artikel 6, eerste lid, van het EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4c0c3fdd70b1b44298350bd5c15fa81b10ea23d9de22d45616b45900ae81427. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4c0c3fdd70b1b44298350bd5c15fa81b10ea23d9de22d45616b45900ae81427, en de alinea staat in dat document op bytes 13184 tot 13681.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4c0c3fdd70b1b44298350bd5c15fa81b10ea23d9de22d45616b45900ae81427 | shasum -a 256