Citaat | Raad van State 18 maart 2015
Alinea 77 Raad van State 18 maart 2015
Een alinea uit Raad van State 18 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:842.
12.2. [appellante A] heeft terecht aangevoerd dat de voorzieningenrechter, door te overwegen dat het relativiteitsvereiste in de weg zou staan aan het gegrond verklaren van het door [appellante A] en [appellante B] gemaakte bezwaar, niet heeft onderkend dat het relativiteitsvereiste als bedoeld in artikel 8:69a van de Awb in de bezwaarfase niet van toepassing is. Zoals is weergegeven in de memorie van toelichting bij de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009-2010, 32 450, nr. 3, blz. 20-21) heeft de wetgever ervoor gekozen om het relativiteitsvereiste zoals neergelegd in artikel 8:69a van de Awb slechts in te voeren voor de fase van het beroep bij de rechter, en niet ook voor de fase van het bezwaar, nu het beslissen op bezwaar een wezenlijk ander karakter heeft dan rechtspraak. Het vorenstaande leidt evenwel niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak, gelet op het navolgende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/413abe45a5f3b521c90e92e07247c42af80e759f83427b751512eff127a2818c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 413abe45a5f3b521c90e92e07247c42af80e759f83427b751512eff127a2818c, en de alinea staat in dat document op bytes 28005 tot 28934.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/413abe45a5f3b521c90e92e07247c42af80e759f83427b751512eff127a2818c | shasum -a 256