Citaat | Raad van State 20 april 2016
Alinea 26 Raad van State 20 april 2016
Een alinea uit Raad van State 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1049.
In een advies van 18 februari 2014 heeft de commissie onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 28 november 2012 in zaak nr. 201202309/1/A2 uiteengezet dat de maatstaven voor tegemoetkoming in planschade in dit geval van overeenkomstige toepassing zijn. Onder verwijzing naar deze maatstaven heeft de commissie vervolgens uiteengezet dat de schade voor rekening van [appellant A] en anderen dient te blijven. Daartoe is volgens de commissie van belang dat de schade, gelet op de Startnotitie Rijksweg 31 Leeuwarden van Rijkswaterstaat van 19 augustus 2002 (hierna: de startnotitie) en de brief van de minister aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 13 november 2006 (Kamerstukken II, 2006-2007, 30 883, nr. 1), voor [appellant A] en anderen ten tijde van de investeringsbeslissing in het voorjaar van 2007 voorzienbaar was, zodat zij worden geacht bij deze investeringsbeslissing het risico op de schade te hebben aanvaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/affb87a233060c4adf4d70b0c1c4250250776376baf95d0c3d7dd5b0ef1a452d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt affb87a233060c4adf4d70b0c1c4250250776376baf95d0c3d7dd5b0ef1a452d, en de alinea staat in dat document op bytes 7432 tot 8404.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/affb87a233060c4adf4d70b0c1c4250250776376baf95d0c3d7dd5b0ef1a452d | shasum -a 256