Citaat | Raad van State 20 april 2016
Alinea 83 Raad van State 20 april 2016
Een alinea uit Raad van State 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1065.
9.1. De achtergebleven stoffen zijn in deze context zonder twijfel aan te merken als stoffen waarvan de houders voornemens waren zich te ontdoen dan wel zich moesten ontdoen, en zijn dus afvalstoffen. Dit geldt ook voor het zogenoemde obsidiaan. Dit is een bij de afvalverwerking vrijgekomen stroom verglaasde afvalstoffen. Dat dit obsidiaan mogelijk zou kunnen worden toegepast als bouwstof, betekent niet dat het geen afvalstof is. Zo is in Nederland toepassing van afvalstoffen als bouwstof onder bepaalde omstandigheden toegestaan ingevolge het Besluit bodemkwaliteit. Afgezien hiervan is dit obsidiaan vele jaren blijven liggen, kennelijk zonder dat de houders er een bestemming voor hebben kunnen vinden. Dit obsidiaan kan dan ook niet als een product worden beschouwd, maar is aan te merken als een last waarvan de houders zich wilden of moesten ontdoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86cc77953a30d7ae4b4ded0e0603499fd2d4f57edd92b40aaf19bb341959e5a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86cc77953a30d7ae4b4ded0e0603499fd2d4f57edd92b40aaf19bb341959e5a2, en de alinea staat in dat document op bytes 27381 tot 28255.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86cc77953a30d7ae4b4ded0e0603499fd2d4f57edd92b40aaf19bb341959e5a2 | shasum -a 256