Citaat | Raad van State 20 april 2016

Alinea 98 Raad van State 20 april 2016

Een alinea uit Raad van State 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1065.

De Afdeling gaat ervan uit dat [appellant sub 1B] zich in dit geval bewust niet heeft bemoeid met de activiteiten van de door haar bestuurde Phoenica. Phoenica heeft lange tijd ter plaatse activiteiten verricht. Het is niet aannemelijk dat [appellant sub 1B], echtgenote van [appellant sub 1A] en blijkens de stukken tevens eigenares van een deel van het bedrijfsterrein en aansluitende gronden, niet op de hoogte is geweest van deze activiteiten of van de feitelijke context waarbinnen deze werden verricht. Door als enig bestuurder van Phoenica desondanks een passieve rol aan te nemen heeft [appellant sub 1B] bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de overtreding zich zal voordoen als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad. Daarmee is zij met overeenkomstige toepassing van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht als feitelijk leidinggevende terecht als overtreder aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86cc77953a30d7ae4b4ded0e0603499fd2d4f57edd92b40aaf19bb341959e5a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86cc77953a30d7ae4b4ded0e0603499fd2d4f57edd92b40aaf19bb341959e5a2, en de alinea staat in dat document op bytes 33930 tot 34830.