Citaat | Raad van State 20 april 2016

Alinea 121 Raad van State 20 april 2016

Een alinea uit Raad van State 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1072.

24.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen bij uitspraak van 21 juli 2009 in zaak nr. 200801853/1/R2, is de vraag welke alternatieven in een concrete situatie redelijkerwijs in beschouwing dienen te worden genomen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval en moet deze mede worden beantwoord in het licht van artikel 7.23, eerste lid, onder e, van de Wet milieubeheer. Ingevolge die bepaling moet een milieueffectrapport onder meer een beschrijving bevatten van de gevolgen voor het milieu die de voorgenomen activiteit, onderscheidenlijk de beschreven alternatieven kunnen hebben. Uit de genoemde bepalingen, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat in een milieueffectrapport uitsluitend alternatieven hoeven te worden beschreven die, wat betreft de gevolgen voor het milieu die daarvan redelijkerwijs zijn te verwachten, mogelijk tot relevante verschillen kunnen leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4a786f90035e92421bbe29c9d8a345c64269d64547e1c494e2f52b8431a4e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4a786f90035e92421bbe29c9d8a345c64269d64547e1c494e2f52b8431a4e2, en de alinea staat in dat document op bytes 50677 tot 51575.