Citaat | Raad van State 20 april 2016
Alinea 339 Raad van State 20 april 2016
Een alinea uit Raad van State 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1072.
53.3. Naar het oordeel van de Afdeling hebben Oplossing N69 en anderen en de Brabantse Milieufederatie niet gemotiveerd weersproken dat de gebieden bij een resterende oppervlakte van meer dan 5 ha voor bosgebied en meer dan 0,5 ha voor andere natuurtypen voor het desbetreffende natuurtype nog voldoende als EHS-gebied kunnen functioneren. De artikelen 1.27 en 5.1, zesde lid, van de Verordening staan naar het oordeel van de Afdeling niet aan het hanteren van deze oppervlaktenormen in de weg, nu ervan kan worden uitgegaan dat bij de genoemde oppervlaktes geen sprake is van aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van de EHS. Bovendien hebben provinciale staten bij de vaststelling van het plan beoordeeld of voor gebieden met een restoppervlakte boven de oppervlaktenorm toch sprake is van aantasting door versnippering. Volgens provinciale staten is dat niet het geval. Oplossing N69 en anderen en de Brabantse Milieufederatie hebben niet aannemelijk gemaakt dat dat onjuist is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4a786f90035e92421bbe29c9d8a345c64269d64547e1c494e2f52b8431a4e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4a786f90035e92421bbe29c9d8a345c64269d64547e1c494e2f52b8431a4e2, en de alinea staat in dat document op bytes 154072 tot 155079.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca4a786f90035e92421bbe29c9d8a345c64269d64547e1c494e2f52b8431a4e2 | shasum -a 256