Citaat | Raad van State 20 januari 2016

Alinea 31 Raad van State 20 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:108.

4.2. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat de minister de verklaringen buiten beschouwing had moeten laten. Uit het boeterapport volgt dat de gehoorde vreemdelingen allen als getuigen zijn gehoord door tussenkomst van een telefonische tolk in de Roemeense of Bulgaarse taal en dat hun verklaring, nadat deze op schrift was gesteld, door tussenkomst van die tolk, aan hen is voorgelezen. Nu betrokkenen na het voorlezen in de verklaringen hebben volhard en deze hebben ondertekend, biedt hetgeen [appellante] heeft aangevoerd geen grond om te twijfelen aan de inhoud van de verklaringen. Dat niet blijkt welke vragen de arbeidsinspecteur de vreemdelingen heeft gesteld, doet er niet aan af dat zij door de ondertekening van hun verklaringen de juistheid van de weergave ervan hebben bevestigd. Het betoog faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a10c3146dc1b39164e4a867463d4011a38bc98597e8ecab8c4b401b9ad6e4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a10c3146dc1b39164e4a867463d4011a38bc98597e8ecab8c4b401b9ad6e4e, en de alinea staat in dat document op bytes 9968 tot 10802.