Citaat | Raad van State 20 januari 2016
Alinea 37 Raad van State 20 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:108.
7.1. Bij beantwoording van de vraag of zich in een concreet geval een overtreding heeft voorgedaan, geldt, gelet op de waarborgen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM), als uitgangspunt dat op het bestuursorgaan de bewijslast rust van een overtreding. In geval van twijfel dient aan de betrokkene het voordeel van de twijfel te worden gegund (vergelijk overweging 4.8.3 van het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011 in zaak nr. 09/03075, ECLI:NL:HR:2011:BN6324).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a10c3146dc1b39164e4a867463d4011a38bc98597e8ecab8c4b401b9ad6e4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a10c3146dc1b39164e4a867463d4011a38bc98597e8ecab8c4b401b9ad6e4e, en de alinea staat in dat document op bytes 13841 tot 14433.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8a10c3146dc1b39164e4a867463d4011a38bc98597e8ecab8c4b401b9ad6e4e | shasum -a 256