Citaat | Raad van State 20 januari 2016
Alinea 39 Raad van State 20 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:108.
7.3. In het bijzonder betoogt [appellante] tevergeefs dat de minister, voor zover het gaat om de boete voor de door vreemdeling 17 verrichte arbeid, niet in zijn bewijslast is geslaagd. Uit het boeterapport volgt dat de arbeidsinspecteur de identiteit van deze vreemdeling heeft vastgesteld aan de hand van een kopie van haar Roemeens paspoort dat zich in de administratie van [appellante] bevond. Zij was een van de vennoten van de [vennootschap], gevestigd te [plaats], waarover vreemdeling 19 blijkens het boeterapport heeft verklaard dat deze vennootschap op aansturing van [Schoonmaakbedrijf] is ontstaan, dat de vennoten voor [Schoonmaakbedrijf] werkten en dat hij het van [Schoonmaakbedrijf] ontvangen geld, zijnde € 1.200 per maand per persoon, aan het eind van de maand onder de vennoten verdeelde. Deze verklaring heeft [appellante] met hetgeen zij in hoger beroep heeft aangevoerd niet succesvol bestreden. Het betoog faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a10c3146dc1b39164e4a867463d4011a38bc98597e8ecab8c4b401b9ad6e4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a10c3146dc1b39164e4a867463d4011a38bc98597e8ecab8c4b401b9ad6e4e, en de alinea staat in dat document op bytes 14849 tot 15799.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8a10c3146dc1b39164e4a867463d4011a38bc98597e8ecab8c4b401b9ad6e4e | shasum -a 256