Citaat | Raad van State 20 januari 2016
Alinea 42 Raad van State 20 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:108.
8.2. Gelet op voormeld toetsingskader moet, gelet op het boeterapport en de daarbij behorende verklaringen van met name [Schoonmaakbedrijf] en vreemdeling 19, worden geoordeeld dat de vreemdelingen de werkzaamheden niet als zelfstandigen hebben verricht. Daartoe is van belang dat de vreemdelingen voor hun werk en inkomen afhankelijk waren van [Schoonmaakbedrijf], dat zij bij ziekte niet voor eigen vervanging zorgden en dat zij de arbeid niet onder eigen verantwoordelijkheid of onder die van hun vennootschap hebben verricht. Voorts is van belang dat de gehoorde vreemdelingen [Schoonmaakbedrijf] als hun baas beschouwden. [Schoonmaakbedrijf] leverde de schoonmaakmiddelen en betaalde de vreemdelingen voor hun werk, al dan niet door tussenkomst van vreemdeling 19, een vast geldbedrag per maand. Voorts volgt uit de verklaringen dat [Schoonmaakbedrijf] de vreemdelingen op de diverse werkplekken aanstuurde en hun werk controleerde. Gelet hierop zijn de werkzaamheden onder gezag van [Schoonmaakbedrijf] verricht en moeten de vreemdelingen als haar werknemers in de zin van artikel 45, eerste lid, van het VWEU worden beschouwd. Het beroep van [appellante] op de omstandigheid dat de vreemdelingen op basis van een vennootschap onder firma-constructie hebben gewerkt, faalt evenzeer. Met het bewijsmateriaal dat in het boeterapport en de bijbehorende verklaringen van met name [Schoonmaakbedrijf] en vreemdeling 19 is vervat, heeft de minister aangetoond dat voormelde constructie als een papieren constructie moet worden beschouwd, in die zin dat de vreemdelingen de arbeid niet onder eigen verantwoordelijkheid hebben verricht. Daarbij is van belang dat [Schoonmaakbedrijf] een bepalende rol in de tewerkstelling van de vreemdelingen bij [appellante] heeft gespeeld. Niet is gebleken dat de vreemdelingen bedrijfsmatige investeringen hebben gedaan en een ondernemersrisico hebben gelopen. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2011 in zaak nr. 201010103/1/V6. Voor zover de vreemdelingen zelf van het bestaan van hun vennootschap onder firma op de hoogte waren, werden zij niet op basis van de facturen van de vennootschap, maar door [Schoonmaakbedrijf] op basis van een vast loon voor hun werk bij [appellante] betaald. De Afdeling ziet geen aanleiding over vreemdeling 25 anders te oordelen. Dat, naar gesteld, de Belastingdienst en de belastingrechter haar over het jaar 2009 en begin 2010 als zelfstandige hebben aangemerkt, maakt op zichzelf niet dat de door haar ten dienste van [appellante] verrichte werkzaamheden in 2010 en 2011 eveneens in die hoedanigheid zijn verricht. In dit verband hecht de Afdeling betekenis aan haar op 22 augustus 2011 afgelegde verklaring dat zij weliswaar factureert, maar van [Schoonmaakbedrijf] een vast maandbedrag ontvangt. Er is derhalve geen directe relatie tussen de door haar geleverde prestatie, het precieze aantal gewerkte uren en de te ontvangen beloning. Voorts is van belang dat zij ten tijde van belang geen andere opdrachtgevers had en dat zij niet zelf voor de schoonmaakmiddelen en -materialen zorgde. Het betoog faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8a10c3146dc1b39164e4a867463d4011a38bc98597e8ecab8c4b401b9ad6e4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8a10c3146dc1b39164e4a867463d4011a38bc98597e8ecab8c4b401b9ad6e4e, en de alinea staat in dat document op bytes 17051 tot 20161.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8a10c3146dc1b39164e4a867463d4011a38bc98597e8ecab8c4b401b9ad6e4e | shasum -a 256