Citaat | Raad van State 26 april 2016

Alinea 26 Raad van State 26 april 2016

Een alinea uit Raad van State 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1097.

3. [appellante] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd de door de burgemeester gemaakte belangenafweging in stand heeft gelaten. Haars inziens hadden haar belangen tot het oordeel moeten leiden dat met een lichter middel dan sluiting van de woning voor drie maanden had kunnen worden volstaan. Zij wijst er daarbij op dat de aanwezigheid van de drugs haar niet persoonlijk kan worden verweten aangezien de strafzaak tegen haar is geseponeerd en zij een schadevergoeding wegens onterechte detentie heeft gekregen. Bovendien is zij zwaar getroffen door de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst als gevolg van het sluitingsbevel, de dreiging dat zij uit haar schuldsaneringstraject zal worden gezet en het ontbreken van een woonadres voor de kinderen waardoor Jeugdzorg zich zorgen maakt. Al deze aspecten maken bovendien dat het bevel een leedtoevoegend karakter heeft en daarom als een strafsanctie dient te worden beschouwd, zodat de sluiting van de woning in strijd is met artikel 6, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM). Hierin is de voorwaarde neergelegd dat een ieder tegen wie een vervolging wordt ingesteld, voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e311ea6f73a68c15a9bc338914a77fe56c865bbf36118bc2eeb3b9aa3fc6fee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e311ea6f73a68c15a9bc338914a77fe56c865bbf36118bc2eeb3b9aa3fc6fee, en de alinea staat in dat document op bytes 9049 tot 10391.