Citaat | Raad van State 26 april 2016

Alinea 27 Raad van State 26 april 2016

Een alinea uit Raad van State 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1097.

3.1. Het betoog van [appellante] dat de aanwezigheid van de drugs in de woning haar niet kan worden verweten, baat haar niet. De vraag die bij de rechtbank voorlag was niet of zij daarbij betrokken is geweest, maar of de burgemeester de woning mocht sluiten krachtens artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet omdat daarin een middel zoals in dit geval cocaïne is verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig was. De vraag of de huurder enig verwijt kan worden gemaakt, is daarbij niet van belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e311ea6f73a68c15a9bc338914a77fe56c865bbf36118bc2eeb3b9aa3fc6fee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e311ea6f73a68c15a9bc338914a77fe56c865bbf36118bc2eeb3b9aa3fc6fee, en de alinea staat in dat document op bytes 10411 tot 10935.