Citaat | Raad van State 26 april 2016

Alinea 34 Raad van State 26 april 2016

Een alinea uit Raad van State 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1102.

3.2. De rechtbank heeft aannemelijk geacht dat [appellant sub 1B] misbruik heeft gemaakt van de aan hem op grond van de Wob toekomende bevoegdheden. Daartoe heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat [appellant sub 1B] op 3 februari 2014, nadat die dag een telefoongesprek had plaatsgevonden tussen [appellant sub 1A] en [stadspensionaris], namens [appellant sub 1A] bezwaar heeft gemaakt tegen de brief van het college van 28 januari 2014, namens hem een verzoek tot het nemen van een appellabel schadebesluit heeft ingediend en op eigen naam een verzoek op grond van de Wob heeft ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank dient dit verzoek van [appellant sub 1B] om openbaarmaking van - onder meer - een document dat hij reeds in bezit had, geen enkel redelijk doel. Verder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat [appellant sub 1B], die als gemachtigde optrad voor [appellant sub 1A], vanaf de indiening van het bezwaar tegen het besluit van 18 februari 2014 zelf een gemachtigde voor hem heeft laten optreden, waarbij ook om vergoeding van de kosten van deze gemachtigde is verzocht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat [appellant sub 1B] door deze handelwijze enkel het gemeentelijke apparaat heeft willen frustreren dan wel een proceskostenvergoeding heeft willen verkrijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaa4357c567be478cbfdf31532dff84a9b59fbd358923efb10f027db14093116. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaa4357c567be478cbfdf31532dff84a9b59fbd358923efb10f027db14093116, en de alinea staat in dat document op bytes 12208 tot 13570.