Citaat | Raad van State 26 april 2016
Alinea 40 Raad van State 26 april 2016
Een alinea uit Raad van State 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1102.
5. Voorts betoogt het college dat de rechtbank ten onrechte niet aannemelijk heeft geacht dat [appellant sub 1A] misbruik van recht heeft gemaakt. Daartoe voert het college aan dat [appellant sub 1A] in 2013 een vergelijkbaar verzoek om informatie heeft ingediend en naar aanleiding daarvan heeft verzocht om een dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Verder heeft [appellant sub 1A] in een telefoongesprek met [stadspensionaris] desgevraagd te kennen gegeven dat hij identieke verzoeken bij tientallen andere gemeenten heeft ingediend, diverse dwangsommen wegens het niet tijdig nemen van een besluit heeft verkregen, voorheen bij een gemeente heeft gewerkt en zijn handelwijze in de toekomst zal continueren. [appellant sub 1A] heeft geen gebruik gemaakt van het aanbod van [stadspensionaris] om hem behulpzaam te zijn indien hij zich voor zijn onderzoek tot de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wendt. Voorts heeft [appellant sub 1A] geweigerd een verklaring te ondertekenen waarin - onder meer - te kennen wordt gegeven dat hij zich jegens de gemeente zal onthouden van het indienen van nieuwe verzoeken op grond van de Wob die slechts tot doel hebben om dwangsommen te kunnen incasseren. Bovendien is op 3 februari 2014, direct na een telefoongesprek met [stadspensionaris], namens [appellant sub 1A] door [appellant sub 1B] een bezwaarschrift en een verzoek om een appellabel schadebesluit ingediend en door [appellant sub 1B] op eigen naam een verzoek op grond van de Wob ingediend. Verder is een klacht ingediend tegen [stadspensionaris] en [medewerker], beiden werkzaam bij de gemeente, en tegen [advocaat], die namens de gemeente is opgetreden. Eerst ter zitting in beroep heeft [appellant sub 1A] zich op het standpunt gesteld dat zijn verzoek niet als verzoek op grond van de Wob, maar als publieksvraag moet worden gezien, die bovendien betrekking heeft op reeds openbare informatie. Uit dit alles kan worden afgeleid dat het [appellant sub 1A] niet te doen is om openbaarmaking van de door hem gevraagde informatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaa4357c567be478cbfdf31532dff84a9b59fbd358923efb10f027db14093116. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaa4357c567be478cbfdf31532dff84a9b59fbd358923efb10f027db14093116, en de alinea staat in dat document op bytes 15188 tot 17249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aaa4357c567be478cbfdf31532dff84a9b59fbd358923efb10f027db14093116 | shasum -a 256