Citaat | Raad van State 26 april 2016

Alinea 43 Raad van State 26 april 2016

Een alinea uit Raad van State 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1102.

5.3. De rechtbank heeft terecht overwogen dat aan het telefoongesprek tussen [appellant sub 1A] en [stadspensionaris] geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend, nu daarvan geen verslag is gemaakt en [appellant sub 1A] de juistheid betwist van de door het college geschetste weergave van dit gesprek. Los daarvan geeft die weergave van het telefoongesprek er, anders dan het college stelt, niet zonder meer blijk van dat [appellant sub 1A] zijn verzoek heeft ingediend met kennelijk geen ander doel dan om ten laste van de overheid dwangsommen te incasseren. De enkele omstandigheid dat [appellant sub 1A] geen gehoor heeft gegeven aan een verzoek om een verklaring te ondertekenen, inhoudende dat hij zich zou onthouden van het indienen van Wob-verzoeken die slechts tot doel hebben om dwangsommen te incasseren, maakt dit niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaa4357c567be478cbfdf31532dff84a9b59fbd358923efb10f027db14093116. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaa4357c567be478cbfdf31532dff84a9b59fbd358923efb10f027db14093116, en de alinea staat in dat document op bytes 18885 tot 19743.