Citaat | Raad van State 26 april 2016
Alinea 53 Raad van State 26 april 2016
Een alinea uit Raad van State 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1102.
7. [appellant sub 1B] betoogt dat de rechtbank ten onrechte aannemelijk heeft geacht dat hij misbruik van recht heeft gemaakt. Hij voert aan dat hij niet slechts heeft verzocht om een document dat hij reeds in bezit had, te weten het verzoek van [appellant sub 1A] van 11 januari 2014, maar om veel meer informatie. Met zijn verzoek beoogde hij openbaarmaking van het gehele dossier dat betrekking had op de reactie van het college op het verzoek om informatie van [appellant sub 1A]. Verder is het niet uitgesloten dat het college bijvoorbeeld aantekeningen had gemaakt op de brief van [appellant sub 1A]. Voorts had hij in zijn hoedanigheid van rechtsbijstandverlener recht op informatie op grond van artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en artikel 19 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Voorts stond het hem vrij om in bezwaar zelf de hulp van een rechtsbijstandverlener in te roepen. Voorts is niet gebleken van handelingen waardoor het gemeentelijk apparaat kon worden gefrustreerd, aldus [appellant sub 1B].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaa4357c567be478cbfdf31532dff84a9b59fbd358923efb10f027db14093116. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaa4357c567be478cbfdf31532dff84a9b59fbd358923efb10f027db14093116, en de alinea staat in dat document op bytes 24062 tot 25188.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aaa4357c567be478cbfdf31532dff84a9b59fbd358923efb10f027db14093116 | shasum -a 256