Citaat | Raad van State 26 april 2016

Alinea 29 Raad van State 26 april 2016

Een alinea uit Raad van State 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1105.

Gelet op deze bepalingen, en nu het college niet zelf een rapport heeft opgemaakt, voert [appellante] terecht aan dat van belang is of [medewerker], die het rapport heeft opgemaakt, een voor de overtreding bevoegde toezichthouder was. Ook uit artikel 1.62 van de Wko, waarin is bepaald dat de toezichthouder (nadere) onderzoeken kan verrichten naar de exploitatie van een kindercentrum, en uit artikel 1.63 van die wet, waarin is bepaald dat de toezichthouder zijn oordeel vastlegt in een inspectierapport, blijkt dat de hoedanigheid van [medewerker] ten tijde van het nadere onderzoek op 5 december 2013 ter zake doet. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte alleen beoordeeld of [medewerker] als gevolg van de medewerking van [appellante] al dan niet van de specifieke toezichthoudende bevoegdheden, neergelegd in titel 5.2 van de Awb, gebruik heeft gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fcef399fa0892efce28f55c7d5631941585cc53347fdfafb705537ac4f696a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fcef399fa0892efce28f55c7d5631941585cc53347fdfafb705537ac4f696a3, en de alinea staat in dat document op bytes 11110 tot 11983.