Citaat | Raad van State 26 april 2016
Alinea 41 Raad van State 26 april 2016
Een alinea uit Raad van State 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1140.
Verder overwoog de Afdeling in de uitspraak van 15 april 2015 in zaak nr. 201311399/1/A3 dat de Memorie van Toelichting (hierna: MvT) bij de Wjz zich niet uitspreekt over de verhouding van deze wet ten opzichte van de Wob. Vermeld wordt dat de regeling van het inzagerecht geldt als een bijzondere regeling die derogeert aan de Wbp, maar slechts voor zover het gegevens betreft met betrekking tot een cliënt. Het uitgangspunt van de in de artikelen 49 tot en met 51 van de Wjz neergelegde regeling is openheid naar de cliënt. De cliënt heeft slechts recht op de gegevens die hem zelf betreffen. Zo heeft een ouder slechts recht op de gegevens die hem zelf betreffen en niet op die van zijn kind.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb4a19aac4c7e24b17c8d840b19ce34ba55f0eb976ddc126fd891645c7f8dd24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb4a19aac4c7e24b17c8d840b19ce34ba55f0eb976ddc126fd891645c7f8dd24, en de alinea staat in dat document op bytes 14567 tot 15278.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb4a19aac4c7e24b17c8d840b19ce34ba55f0eb976ddc126fd891645c7f8dd24 | shasum -a 256