Citaat | Raad van State 4 mei 2016

Alinea 35 Raad van State 4 mei 2016

Een alinea uit Raad van State 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1174.

4. [appellant sub 2] betoogt dat de rechtbank ten onrechte zijn beroepsgrond heeft verworpen dat uit de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid cocaïne in de woning niet kan worden geconcludeerd dat zich een ernstige situatie als bedoeld in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, voordoet. Volgens hem volgt uit die geschiedenis dat bij eerste overtreding niet tot woningsluiting mag worden overgegaan, maar met een waarschuwing moet worden volstaan. De jurisprudentie van de Afdeling waarin de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs als voldoende voor woningsluiting wordt aangemerkt, is in strijd met de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling en met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM), aldus [appellant sub 2].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a705e69ef81c822b5188600d89ccfc05150bdb7b5b05b77ca61c23112ec4ff1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a705e69ef81c822b5188600d89ccfc05150bdb7b5b05b77ca61c23112ec4ff1f, en de alinea staat in dat document op bytes 14992 tot 15883.