Citaat | Raad van State 4 mei 2016

Alinea 29 Raad van State 4 mei 2016

Een alinea uit Raad van State 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1189.

4.2. Anders dan in het besluit van 3 maart 2014, heeft de staatssecretaris in het besluit van 3 oktober 2014 nog slechts het volgens hem recalcitrante en onbehoorlijke gedrag van [appellant] betrokken. Voor zover de staatssecretaris daarbij heeft betrokken dat [appellant] tegen politieambtenaren naar voren heeft gebracht "dat het maar allemaal onzin is", geldt dat niet valt in te zien dat hierdoor het in artikel 7 van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting is beperkt. Derhalve bestaat geen grond voor het oordeel dat het recht op vrijheid van meningsuiting is geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0658244510a40f1a2294c30af33c738f7bd3bee12a6791a37480b8b66964e322. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0658244510a40f1a2294c30af33c738f7bd3bee12a6791a37480b8b66964e322, en de alinea staat in dat document op bytes 13250 tot 13860.