Citaat | Raad van State 4 mei 2016

Alinea 31 Raad van State 4 mei 2016

Een alinea uit Raad van State 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1192.

3.3. [appellante] heeft verklaard dat één van de elf aanwezige kinderen haar kleinkind was, dat niet in de buitenschoolse opvang werd opgevangen, zodat met de aanwezigheid van één beroepskracht kon worden volstaan. Het is volgens haar daarom niet van belang of zij op dat moment over de vereiste beroepskwalificaties beschikte. Ter onderbouwing hiervan heeft zij een brief van de vader van haar kleinkind overgelegd, waarin haar verklaring wordt onderschreven. De Afdeling kent aan deze verklaring niet de door [appellante] gewenste betekenis toe. Daartoe wordt in aanmerking genomen dat zij deze verklaring eerst in beroep heeft gegeven, terwijl het, gelet op de gevolgen van handhavend optreden, voor de hand had gelegen dat zij een dergelijke verklaring reeds in een zienswijze naar aanleiding van de door haar ontvangen waarschuwing had gedaan of nadien in het bezwaar tegen het besluit van 13 mei 2014. Zij heeft dit nagelaten en ervoor gekozen haar bezwaar niet op een hoorzitting toe te lichten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/659203f4fd02f249958210697da48106a14c301c7050b535b52c9d107214466a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 659203f4fd02f249958210697da48106a14c301c7050b535b52c9d107214466a, en de alinea staat in dat document op bytes 11211 tot 12230.