Citaat | Raad van State 4 mei 2016

Alinea 243 Raad van State 4 mei 2016

Een alinea uit Raad van State 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1228.

32.5. De Afdeling overweegt dat de ministers zich in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat omwonenden nauwelijks tot geen overlast zullen ondervinden van de obstakelverlichting, nu in het deskundigenbericht staat dat de hoeveelheid licht die instraalt in de woonruimten van woningen verwaarloosbaar is. Voor zover appellanten betogen dat de obstakelverlichting hun uitzicht aantast, overweegt de Afdeling dat in zijn algemeenheid geen recht bestaat op een onaangetast uitzicht. Voorts is van belang dat weliswaar in de plantoelichting staat dat de initiatiefnemers vanwege de nadrukkelijke aanwezigheid van het windpark in de schemer- en avondperiode door de obstakelverlichting naar een zo minimaal mogelijke uitvoering daarvan streven, maar dat dit niet inhoudt dat een andere uitvoering van de obstakelverlichting daarom ruimtelijk onaanvaardbaar is. Appellanten hebben voorts niet aannemelijk gemaakt dat een andere uitvoering van de obstakelverlichting tot een onaanvaardbare aantasting van hun uitzicht leidt. De ministers hebben naar het oordeel van de Afdeling derhalve in redelijkheid een zwaarder gewicht kunnen toekennen aan het belang van toepassing van obstakelverlichting, dan aan het belang van omwonenden bij een onaangetast uitzicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdc440dde657600cd57a3814ed9a6ed520ca93183acf4bce437bfbde010d18d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdc440dde657600cd57a3814ed9a6ed520ca93183acf4bce437bfbde010d18d6, en de alinea staat in dat document op bytes 106951 tot 108232.