Citaat | Raad van State 11 mei 2016

Alinea 29 Raad van State 11 mei 2016

Een alinea uit Raad van State 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1277.

3. [appellant] voert in hoger beroep aan dat de rechtbank heeft miskend dat hij nooit de intentie heeft gehad om de woning om te zetten in onzelfstandige woonruimte. Hij benadrukt dat hij de woning heeft gehuurd met de bedoeling daar met zijn vriendin te gaan wonen. Hij heeft de woning tijdelijk onderverhuurd en heeft daar ook geen geheim van gemaakt. Dit blijkt volgens hem onder meer uit het feit dat hij medewerking heeft verleend aan inschrijving van de personen aan wie hij de woning onderverhuurde in de Basisregistratie persoonsgegevens. Verder voert [appellant] aan dat ten onrechte geen belang is gehecht aan het feit dat hij geen financieel voordeel van het onderverhuren van de woning heeft gehad. De huur die hij ontving was lager dan de huur die hij aan de eigenaar van de woning moest betalen. Ook is volgens hem ten onrechte geen belang gehecht aan het feit dat hij niet-bedrijfsmatig heeft gehandeld. Het is volgens hem onredelijk dat de boete die hij opgelegd heeft gekregen even hoog is als de boete die wordt opgelegd als dezelfde bepaling bedrijfsmatig wordt overgetreden. Tot slot voert [appellant] aan dat de rechtbank ten onrechte geen rekening heeft gehouden met zijn slechte financiële situatie, waardoor de boete hem onevenredig hard treft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9bc594a6b52c9fa5609aae93a896efb83ec23c01e2665342ac9051df4ce94fcc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9bc594a6b52c9fa5609aae93a896efb83ec23c01e2665342ac9051df4ce94fcc, en de alinea staat in dat document op bytes 10183 tot 11465.